Welke aannames moeten waar zijn voordat een clustermodel kan werken?

Welke aannames moeten waar zijn voordat een clustermodel kan werken?

Een nieuwe indeling op het organogram verandert nog niet hoe een ziekenhuis wordt bestuurd.


Steeds meer ziekenhuizen organiseren hun zorg in clusters. Waar dat model vastloopt is zelden een kwestie van persoonlijkheden — vaker van bevoegdheden die niet meeverhuizen met de verantwoordelijkheid.

<<~MD
Steeds meer ziekenhuizen organiseren hun zorg in clusters. Gelre bracht per mei 2025 zijn zorg onder in vier zorgclusters, Franciscus Gasthuis & Vlietland koos per januari 2025 voor een indeling rond patiëntgroepen, en Zuyderland verving zijn RVE-structuur door clusters. Alle drie publiceren die keuze zelf. Wat hierna volgt gaat over het model, niet over deze organisaties.

De gedachte achter de keuze is begrijpelijk. Besluiten moeten dichter bij de zorg worden genomen. Medische, verpleegkundige en bedrijfskundige perspectieven moeten eerder samenkomen. En een cluster moet meer verantwoordelijkheid kunnen dragen voor kwaliteit, mensen, middelen en resultaten.

Maar een nieuwe indeling verandert nog niet hoe een ziekenhuis wordt bestuurd. Clusters op een organogram tekenen maakt niet duidelijk wie waarover beslist, wie uiteindelijk aanspreekbaar is en welke besluiten nog bij de raad van bestuur of de centrale diensten liggen.

Juist daar loopt het model vast. Een clusterleiding wordt afgerekend op resultaten waarover zij niet alle bevoegdheden heeft. Drie mensen dragen samen de leiding, en daarmee draagt niemand haar alleen. Een besluit dat goed uitpakt voor één cluster verschuift het probleem naar een ander.

Dat wordt zelden zo benoemd. Loopt de samenwerking tussen clusters vast, dan heet het een kwestie van persoonlijkheden — "die twee liggen elkaar niet."

Neem het verschil in tijd. Een acuut cluster wordt geleid op dagen en weken: de vraag komt binnen en de capaciteit moet nú kloppen. Een cluster voor planbare of chronische zorg wordt geleid op seizoenen en jaren: wachtlijsten, opleidingsplaatsen, de opbouw van een programma. Zet die twee aan één tafel over hetzelfde OK-blok en zij kijken niet naar dezelfde horizon. De een verdedigt volgende week, de ander verdedigt volgend jaar. Dat is geen karakterverschil. Het is het werk zelf, en het verdwijnt niet wanneer er andere mensen gaan zitten.

Daarom moet vóór de invoering, en opnieuw daarna, worden onderzocht of het ontwerp werkelijk klopt. Welke besluiten mag de clusterleiding zelfstandig nemen? Waarvoor is zij persoonlijk aanspreekbaar en waarvoor gezamenlijk? Past de zwaarte en de tijdshorizon van de leiding bij de opgave van het cluster?

Er is een vierde vraag: wat clusters onderling van elkaar mogen verlangen, en wie hun verschil beslecht wanneer meewerken één van beiden iets kost. Die vraag is een onderwerp op zich. Daarover gaat Wat mogen clusters van elkaar verlangen?

Het succes van een clustermodel hangt dus niet in de eerste plaats af van de bereidheid van mensen om samen te werken. Het hangt ervan af of vastligt wat zij van elkaar mogen verlangen, waarop zij mogen weigeren, en wie beslist wanneer zij er onderling niet uitkomen.

De kernvraag is niet: hebben we het juiste model gekozen? De kernvraag is: hebben we de organisatie zo ingericht dat dit model in de dagelijkse praktijk ook kan werken?
MD


Download a sample Board Governance Review

See how a Three60 Board Report presents governance intelligence to the board — including layer analysis, risk signals, and actionable recommendations.

Download sample report

Talk to us

Curious whether a governance review is right for your organisation? We're happy to discuss your situation with no obligation.

Get in touch